ergotherapie
Kinderen

uit het leven gegrepen

De namen zijn fictief en de situatie lichtjes aangepast om de privacy van mijn cliëntjes te beschermen

Pengreep

De ouders van Joos hadden van de kleuterjuf te horen gekregen dat Joos zijn potlood fout vastnam. Knippen lukte ook niet helemaal naar wens. Het gevolg was dat Joos elke teken- en knipactiviteit wegzette als ‘stom’ en ‘ik wil niet tekenen of knutselen, ik wil liever iets anders doen’. De ouders waren in een strijd beland met hun zoon om toch maar die correcte pengreep af te dwingen en om hem tot tekenen te laten overgaan. Uit ons gesprek bleek al vlug dat Joos een kind is dat graag buiten speelt, overal opklimt of afspringt, met takken vecht tegen denkbeeldige ridders en die niets liever doet dan zijn vader te helpen met het grove werk in de tuin. We doen tijdens het intakegesprek een paar testen om in te schatten wat we kunnen verlangen van Joos. Hij scoort inderdaad zwak op de fijne motoriek. Het is ook duidelijk dat we met Joos niet binnen gaan werken, maar dat we naar buiten gaan. Met toestemming van de ouders start ik met houtsnijden. We ontschorsen een tak en maken er een punt aan. Joos gebruikt dus een mes (met botte punt) en snijhandschoen onder mijn supervisie en met duidelijke instructies voor zijn veiligheid (en die van degenen rond hem, in dit geval moeder en mezelf). Dit spreekt hem enorm aan. We gebruiken de tak als ‘potlood’ en oefenen in de aarde schrijfpatronen. Daarna korten we de tak in, snijden hem wat smaller en gaan we op een zandtafel schrijven. De pengreep wordt aangepakt. We splitsen de sessie op in 2 delen. Een deel waarin we fijn-motorisch gaan werken in functie van het schrijven en een deel waarin we fijn-motorisch gaan werken in functie van het stimuleren van de fijne motoriek. We willen namelijk dat Joos net zo enthousiast wordt over het schrijven als over het snijden en we willen natuurlijk dat Joos ook thuis verder gaat oefenen hierop. Aangezien Joos zo enthousiast is over het houtsnijden koopt de vader een mes voor Joos en voor zichzelf om samen aan de slag te gaan. Joos snijdt er op los. Hij vindt het ook heel interessant om patronen te kerven in zijn stok, dus we gaan ontwerpen maken op papier en ze inkleuren. Joos heeft ondertussen een vrij stabiele pengreep en is met succes beginnen schrijven in het eerste leerjaar. Knippen hebben we tussendoor geoefend met de resterende blaadjes van de takken te knippen met een papierschaartje en daarna brede grassprieten te verknippen om  een bedje te maken voor in een nestkastje. Het knippen was aanvaardbaar genoeg om de opdrachtjes in de kleuterklas te kunnen uitvoeren.

DCD

Marie is 8 jaar en gediagnosticeerd met DCD en autisme. Ze weigert zichzelf o.a. aan te kleden en naar zelfzorg loopt het ook niet vlot. Zo weigert ze zichzelf af te vegen wanneer ze naar het toilet gegaan is. Aangezien Marie naar het gewone onderwijs gaat, vormt dit een groot probleem tijdens de schooluren. Ook het wassen en tanden poetsen is voor de ouders een strijd geworden. Zowel thuis tijdens het ochtendmoment als tijdens de schoolspeeltijd voer ik een observatie uit. Ik merk dat een aantal zaken Marie triggeren, waardoor ze vervalt in stereotiep gedrag zoals het weigeren van alles wat ze verwacht wordt te doen. Zowel ouders en zussen geraken hierdoor ook gefrustreerd en de situatie escaleert. Dit gaat elke schooldag zo. Iedereen zit vast in een bepaald patroon. Veel tijd is er niet om zich aan te kleden. Mama neemt dit over, want zij moet de klok in het oog houden. Zowel de kinderen moeten op tijd op school zijn, maar ook mama moet op tijd op haar werk zijn. Rekening houdend met de DCD-diagnose van Marie is het weigeren van aankleden en zelfzorg niet zo’n verrassing in deze situatie. Mijn eerste voorstel is dan ook om het hele ochtendmoment te herevalueren en momenten te zoeken waarop Marie niet in het weigergedrag hervalt. Ook gaan we ons nog niet druk maken over het zelfstandig aankleden of oefenen met sluitingen in functie van het aankleden. Wat wel prioriteit heeft is het toiletmoment. Aangezien dit fysieke gevolgen  (irritatie in de bilstreek) heeft, kunnen we daar niet mee wachten. Soms gebeurde het dat ik een toiletmoment kon meepikken als ik daar was, maar dit was uiteraard niet voldoende. Het was toen zaak om de ouders dadelijk te betrekken. We passen de omgeving van het toilet aan, we voorzien vochtige doekjes die je mag doorspoelen en waarvan ze vindt dat het heel lekker ruikt, we zorgen voor een visuele leidraad met haar foto’s op. Elke keer wanneer ze zich succesvol heeft afgeveegd, krijgt ze ipadtijd bij. Dit is voor haar een grote motivator. Thuis blijkt dit een succes te zijn, maar naar school toe maakt ze niet dadelijk de transfer. We spreken met de school af dat Marie een kwartiertje voor de middagpauze naar het toilet mag. Er is nog geen drukte en ze neemt haar doosje, dat in haar broekzak past, mee. In dat compacte doosje zitten een paar vochtige doekjes die ze discreet kan meenemen. De eerste keer oefen ik met haar op de toiletten op school. Dit loopt inderdaad vlotter zonder de drukte. De volgende keren maakt mama tijd vrij om dit nogmaals te oefenen op school. De school denkt mee en dat is goud waard.