PDA: Kindgeleid werken is bewust en doordacht
Wanneer ik kinderen met een PDA-profiel begeleid, zie ik telkens hoe complex hun gedrag is. Het is nooit enkel weerstand tegen een vraag, het is een samenspel van prikkelverwerking, motoriek, spanningsopbouw en hoe ze zichzelf in de wereld ervaren. Juist daarom werk ik als ergotherapeut vanuit een heel bewuste houding.
Weerstand vermijden is voor mij cruciaal. Zodra een kind in therapie ervaart dat het nóg iets niet kan, neemt het zelfvertrouwen af en wordt de drempel alleen maar hoger. Weerstand omdraaien kost veel tijd en vaak blijft er een gevoel van falen hangen bij het kind. Ik wil dat mijn therapie het tegenovergestelde doet: dat het kind groeit in vertrouwen en zichzelf bekwaam voelt. Daarom ben ik er tijdens elke sessie alert op of ik kan duwen of net moet loslaten. Dat vraagt veel energie, maar het is het waard, omdat ik weet dat ouders zien en begrijpen waarom ik dat doe.
In mijn praktijk werk ik kindgeleid. Dat betekent niet dat ik alles laat gebeuren, maar wel dat ik zorgvuldig kijk waar de ingang zit. Een kind met een PDA-profiel heeft vaak ook bijkomende diagnoses, zoals ASS, ADHD en/of DCD. Dat maakt het geheel nog complexer. Soms komt de weerstand niet alleen door de angst voor de vraag, maar ook omdat de vraag motorisch gewoon te moeilijk is: schrijven, zich aankleden, knutselen… vaardigheden die voor anderen vanzelfsprekend lijken, maar voor deze kinderen extra drempels vormen. Ik zie het als mijn taak om net daar ondersteuning te bieden. Door mijn kennis van motorische moeilijkheden en prikkelverwerking kan ik vaardigheden stap voor stap opbouwen zonder dat de weerstand groeit.
Ik nodig ouders uit om mee aanwezig te zijn tijdens de sessies. Dat schept vertrouwen, maar geeft mij ook de kans om de dynamiek tussen ouder en kind te observeren. Vaak stuur ik achteraf een mailtje waarin ik uitleg waarom ik de dingen deed of net niet deed. Het is niet alleen therapie voor het kind, maar ook begeleiding voor de ouder. Zij observeren hoe mijn interactie is en hoe we toch tot resultaten komen (of soms ook niet, soms kan een kind zo ontregeld zijn dat we net inzetten op regulatie). Samen zoeken we naar haalbare stappen die houvast geven in het dagelijks leven.
Ik weet dat een coach ook heel waardevol kan zijn: ze bieden herkenning, steun en praktische tips. Maar de reden dat ik als ergotherapeut vaak het verschil maak, ligt in de bredere kijk die ik meebreng. Prikkelverwerking gaat niet enkel om gevoeliger of minder gevoelig zijn, maar om hoe hersenen, spieren en gedrag op elkaar inwerken. Weerstand gaat niet alleen om koppigheid, maar om een samenspel van angst, motoriek en verwachtingen. En comorbiditeiten zoals DCD, AD en ASS maken het plaatje nog ingewikkelder.
Het vraagt veel energie om telkens opnieuw die balans te zoeken, maar dat is precies waar ik het verschil wil maken: door kinderen veiligheid te bieden, hun zelfvertrouwen te laten groeien en ouders te laten voelen dat er wél een manier is waarop het lukt.